ECLI:NL:RVS:2025:6148
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht bij inzage persoonsgegevens in Fraude Signalering Voorziening
Appellant heeft bij de Belastingdienst een verzoek ingediend om inzage in zijn persoonsgegevens die in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) stonden. De minister heeft dit verzoek toegewezen en een overzicht verstrekt. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna de minister het bezwaar ongegrond verklaarde. Appellant stelde vervolgens beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar en tegen het besluit op bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit op bezwaar ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de minister een dwangsom verschuldigd was wegens niet tijdig beslissen en dat de hoorplicht was geschonden. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft ambtshalve onderzocht of sprake was van misbruik van recht. De Afdeling oordeelde dat appellant de bevoegdheid tot het instellen van hoger beroep misbruikte, omdat het geschil feitelijk was opgelost en de beroepsgronden louter procedureel waren gericht op het verkrijgen van proceskosten en een dwangsom.
De Afdeling stelde vast dat de minister zorgvuldig had gehandeld en dat appellant zich niet coöperatief had opgesteld, onder meer door tegenstrijdige communicatie en het niet reageren op contactpogingen. Ook bleek uit eerdere uitspraken dat appellant en zijn gemachtigde een patroon van misbruik vertoonden. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht.