ECLI:NL:RVS:2025:6159
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens betrokkenheid bij drugshandel en risico op openbare ordeverstoring
Op 3 juni 2021 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning van appellant voor zes maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet, vanwege de vondst van meer dan 67 kilo cocaïne, een vuurwapen, munitie, een geldtelmachine en contant geld tijdens een politieonderzoek. De politie had informatie ontvangen over een grote geldoverdracht nabij de woning, waarna werd vastgesteld dat betrokkenen de woning binnengingen.
Appellant huurde de woning van Stichting Havensteder en betwistte de sluiting, stellende dat hij niet betrokken was bij de drugshandel en dat de woning zonder zijn medeweten was gebruikt door een kennis. Ook voerde hij aan dat de sluiting onevenredig was vanwege zijn psychische problemen en de gevolgen voor zijn woonsituatie.
De rechtbank oordeelde dat de sluiting noodzakelijk en evenredig was, omdat appellant als huurder en hoofdbewoner verwijtbaar had gehandeld door zijn woning ter beschikking te stellen. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de nadelige gevolgen voor appellant niet zonder meer aan de sluiting in de weg staan. De burgemeester mocht de woning daarom voor zes maanden sluiten.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de sluiting van de woning voor zes maanden wegens betrokkenheid bij drugshandel en verwijtbaar handelen van appellant.