ECLI:NL:RVS:2025:6160
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over toekenning zorgtoeslag na overlijden toeslagpartners
De zaak betreft een geschil over de toekenning van zorgtoeslag over 2021 na het overlijden van de appellant en zijn echtgenote. De Dienst Toeslagen stelde de zorgtoeslag van appellant aanvankelijk op nihil vast, waarna bezwaar en een herziening volgden waarbij het gezamenlijke recht op zorgtoeslag werd vastgesteld en toegekend aan de echtgenote.
De erven van appellant stelden dat de zorgtoeslag aan appellant had moeten worden toegekend omdat hij de aanvrager was. De rechtbank oordeelde echter dat het gezamenlijke recht terecht was vastgesteld en dat de toekenning aan de echtgenote niet relevant was.
In hoger beroep stelde de Dienst Toeslagen dat de erven geen procesbelang hadden omdat het bedrag uiteindelijk aan de gezamenlijke nalatenschap toekomt. De Raad van State bevestigde dit en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Tevens wees de Afdeling het verzoek om schadevergoeding af wegens het ontbreken van overschrijding van de redelijke termijn en onvoldoende onderbouwing.
De uitspraak bevestigt dat het belang bij de procedure ontbreekt als het resultaat van de procedure geen feitelijke betekenis heeft voor de appellant of zijn erven.
Uitkomst: Het hoger beroep van de erven is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.