ECLI:NL:RVS:2025:6205
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring door minister van Asiel en Migratie na beroep
Appellant is op 29 oktober 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 21 november 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het hoger beroep onderzocht maar concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft geoordeeld. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen zonder verdere toelichting, aangezien het hogerberoepschrift geen nieuwe relevante vragen bevat die de rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin raken.
De Afdeling ziet ook geen reden om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.