ECLI:NL:RVS:2025:624
Raad van State
- Hoger beroep
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B.P. Vermeulen
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing handhavingsverzoek wegens onvoldoende gevaar door haag volgens artikel 2:15 APV Weesp
Het college van burgemeester en wethouders van Weesp wees een verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen een haag aan de voorzijde van het naastgelegen perceel af, omdat deze volgens het college geen gevaar oplevert voor het wegverkeer. Appellant stelde dat de haag het vrije uitzicht belemmerde en daardoor gevaarlijk was volgens artikel 2:15 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Weesp 2019.
De rechtbank oordeelde dat het college de besluiten niet voldoende had gemotiveerd en vernietigde de besluiten, maar stelde ook dat op basis van de beschikbare rapporten niet kon worden vastgesteld dat sprake was van een overtreding van artikel 2:15 APV Pro. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en trad daarmee in de plaats van de vernietigde besluiten.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat geen overtreding was en dat het ontbrak aan een onafhankelijke deskundige. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat de rapporten geen eensluidende conclusies bevatten en dat de haag weliswaar het zicht enigszins belemmerde, maar niet zodanig dat de verkeersveiligheid in het gedrang kwam.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het college niet bevoegd was om handhavend op te treden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het college hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.