ECLI:NL:RVS:2025:6249
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielprocedure
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie op 14 augustus 2025 niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank Den Haag heeft op 28 oktober 2025 het beroep van verzoeker tegen deze beslissing ongegrond verklaard. Verzoeker stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 23 december 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is de minister veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten van verzoeker ten bedrage van €907,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand door een derde.
De voorzieningenrechter overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vergt en dat de huidige procedure zich niet leent voor een volledige beoordeling, waardoor een voorlopige voorziening passend is. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door mr. J.H. van Breda, voorzieningenrechter.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.