ECLI:NL:RVS:2025:6306
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigend vonnis verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 12 mei 2023 een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat op 28 juni 2024 ongegrond werd verklaard. Na een aanvullende motivering op 4 juni 2025 stelde betrokkene beroep in bij de rechtbank. Op 12 november 2025 verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister binnen zes weken een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot dat de minister niet hoeft te voldoen aan het vonnis totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter D.A. Verburg in aanwezigheid van griffier A.M.L. Hanrath op 24 december 2025.
Uitkomst: De minister hoeft het vernietigende vonnis van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.