ECLI:NL:RVS:2025:6306
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening in vreemdelingenrechtelijke zaak betreffende verblijfsvergunning
Op 24 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak over een verzoek om voorlopige voorziening. De zaak betreft een hoger beroep van de minister van Asiel en Migratie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, die op 12 november 2025 een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft vernietigd. Dit besluit, genomen op 12 mei 2023, weigerde een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. De rechtbank oordeelde dat de minister binnen zes weken na de uitspraak een nieuw besluit moest nemen, wat leidde tot het hoger beroep van de minister.
De minister verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat de uitspraak van de rechtbank niet uitgevoerd hoeft te worden totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De voorzieningenrechter heeft, na afweging van de belangen van beide partijen, besloten om de voorlopige voorziening te treffen. Dit houdt in dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank totdat er een beslissing is genomen in het hoger beroep. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
De uitspraak is gedaan door mr. D.A. Verburg, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, griffier, en is openbaar uitgesproken op dezelfde datum.