ECLI:NL:RVS:2025:6309

Raad van State

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
202501643/5/R4
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:87 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing voorlopige voorziening omgevingsvergunning bouw loods in Joppe

Verzoeker heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een loods op een perceel in Joppe, gemeente Lochem, bestemd voor agrarisch gebruik. De voorlopige voorziening die de vergunning schorste, was gebaseerd op vermoedens dat de loods mogelijk voor andere doeleinden zou worden gebruikt dan het bestemmingsplan toestaat.

De voorzieningenrechter heeft het standpunt van het college gevolgd dat, op basis van een recent onderzoek op het perceel, redelijkerwijs niet valt aan te nemen dat de loods voor andere doeleinden zal worden gebruikt. Het college heeft bovendien toegezegd handhavend op te treden indien dat toch gebeurt.

Op grond hiervan is de eerdere voorlopige voorziening opgeheven, waardoor verzoeker weer beschikt over een geldige omgevingsvergunning. Daarnaast is het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.

De uitspraak bevestigt dat bij toetsing van een bouwplan niet alleen gekeken wordt naar de bestemmingsplanconformiteit, maar ook naar het daadwerkelijke gebruik, en dat handhaving een belangrijke rol speelt bij afwijkingen.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt opgeheven en de omgevingsvergunning voor het bouwen van de loods is weer geldig.

Uitspraak

202501643/5/R4.
Datum uitspraak: 18 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek van:
[verzoeker], wonend in Joppe, gemeente Lochem,
verzoeker,
om opheffing van de bij uitspraak van 5 september 2025 in zaak nr. 202501643/4/R4 getroffen voorlopige voorziening (artikel 8:87 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:
[partij], wonend in Joppe, gemeente Lochem,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 5 maart 2025 in zaak
nr. 23/7357 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
het college van burgemeester en wethouders van Lochem.
Openbare zitting gehouden op 18 december 2025 om 13:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. C.J. Borman, voorzieningenrechter
griffier: mr. W.J.C. Robben
Verschenen:
[verzoeker];
het college, vertegenwoordigd door drs. E. Nijhuis;
[partij], bijgestaan door mr. M.J. Smaling, rechtsbijstandverlener in Utrecht.
====================================
Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 5 september 2025 in zaak nr. 202501643/4/R4, waarbij de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van 27 maart 2023, kenmerk Z2023-00000032, en 28 mei 2025, kenmerk 2023-287001 heeft geschorst. Door die voorlopige voorziening is de aan [verzoeker] verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een loods op het perceel [locatie] in Joppe, gemeente Lochem (hierna: het perceel), geschorst.
Beslissing
De voorzieningenrechter
I.        heft de in de uitspraak van 5 september 2025, in zaak nr. 202501643/4/R4, getroffen voorlopige voorziening op;
II.       veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Lochem tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 85,12, niet toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand;
III.      gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Lochem aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 289,00 vergoedt.
Gronden
[verzoeker] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een loods op het perceel. Hij heeft kenbaar gemaakt dat hij de loods uitsluitend gaat gebruiken voor zijn grondgebonden agrarisch bedrijf. Dat gebruik is toegestaan op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Lochem 2010".
Bij toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan moet niet alleen worden beoordeeld of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming kan worden gebruikt, maar ook of het bouwwerk daadwerkelijk met het oog op het toegestane gebruik wordt gebouwd. Dit houdt in dat een bouwwerk in strijd is met de bestemming als redelijkerwijs valt aan te nemen dat het bouwwerk uitsluitend of ook zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan de doeleinden die de bestemming toestaat.
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college zich onder verwijzing naar een rapport van 9 december 2025, waarin de bevindingen zijn weergegeven van een onderzoek dat op 4 december 2025 op het perceel heeft plaatsgevonden, terecht op het standpunt gesteld dat redelijkerwijs niet valt aan te nemen dat de loods uitsluitend of ook zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan de op het perceel geldende bestemming toestaat. Het college heeft toegezegd dat ingeval [verzoeker] de loods in de toekomst toch gaat gebruiken voor andere doeleinden dan het bestemmingsplan toelaat, hiertegen handhavend zal worden opgetreden.
Dit betekent dat de eerder getroffen voorlopige voorziening wordt opgeheven en dat [verzoeker] weer beschikt over een geldige omgevingsvergunning voor het bouwen van een loods op het perceel.
Het college moet de proceskosten vergoeden
w.g. Borman
voorzieningenrechter
w.g. Robben
griffier
610