ECLI:NL:RVS:2025:6340
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- B.P. Vermeulen
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beslissing CBE over voortijdige stagebeëindiging en niet-ontvankelijkheid administratief beroep
Appellante liep stage bij de Stichting voor Kennis en sociale Cohesie (SKC) als onderdeel van het vak 'Pedagogische Praktijk 4' van de opleiding Ecologische Pedagogiek. De stage, gepland van 15 juni 2024 tot 1 februari 2025, werd voortijdig beëindigd door SKC op 14 januari 2025, waarna de examinator op 17 januari 2025 een brief stuurde waarin werd medegedeeld dat appellante niet had voldaan aan het vak en de stage werd bekrachtigd als beëindigd.
Het College van Beroep voor de Examens (CBE) verklaarde het administratief beroep van appellante tegen deze beslissing ongegrond en niet-ontvankelijk. Appellante stelde dat de examinator niet bevoegd was om de voortijdige beëindiging te bekrachtigen en dat procedurele voorschriften niet waren nageleefd. Tevens voerde zij aan dat de brief van de examinator geen bestuursrechtelijke beslissing bevatte.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief van de examinator niet gericht was op rechtsgevolg en dus geen bestuursrechtelijke beslissing vormde. De voortijdige beëindiging van de stage was een overeenkomst tussen appellante en SKC en vereiste geen bekrachtiging van de examinator. Daarom werd het administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard en de beslissing van het CBE vernietigd. Het beroep tegen de latere beslissing van 23 juli 2025 werd ongegrond verklaard. Het CBE werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten gerelateerd aan het beroep tegen de beslissing van 25 april 2025.
Uitkomst: De Afdeling verklaart het administratief beroep niet-ontvankelijk en vernietigt de beslissing van het CBE over de voortijdige stagebeëindiging.