ECLI:NL:RVS:2025:6395
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- H.G. Sevenster
- H. Benek
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over meervoudige handelsvergunningen voor combinatiegeneesmiddelen volgens artikel 10ter Geneesmiddelenrichtlijn
Deze zaak betreft de uitleg van artikel 10ter van Richtlijn 2001/83/EG (Geneesmiddelenrichtlijn) over handelsvergunningen voor geneesmiddelen met een combinatie van werkzame stoffen. Het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG) verleende aan Laboratorios Cinfa meerdere vergunningen voor geneesmiddelen met ezetimibe en atrovastatine, terwijl Organon reeds een vergunning had voor dezelfde combinatie. Organon stelde bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep gegrond, stellende dat artikel 10ter niet voorziet in meervoudige vergunningverlening voor dezelfde combinatie.
Het CBG en Laboratorios Cinfa betwisten dit en wijzen op de bedoeling van de bepaling, Europese Commissie-standpunten en praktijk in lidstaten die meervoudige vergunningen toestaan mits eigen dossiers worden ingediend. De Afdeling bestuursrechtspraak onderzoekt de tekst, context en doel van artikel 10ter, waarbij tekstuele uitleg lijkt te verbieden dat dezelfde combinatie meerdere keren via deze procedure wordt goedgekeurd, maar context en doel spreken dat tegen.
Gezien uiteenlopende interpretaties en praktijk binnen de EU stelt de Afdeling prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de mogelijkheid van meervoudige vergunningverlening op grond van artikel 10ter en de relevantie van therapeutische indicaties daarbij. De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst totdat het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep is geschorst en prejudiciële vragen zijn gesteld aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 10ter van de Geneesmiddelenrichtlijn.