ECLI:NL:RVS:2025:6407
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening in asielzaak met betrekking tot verblijfsvergunning
Op 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. Verzoeker, die ook voor haar minderjarige kinderen opkomt, heeft tegen deze afwijzing beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam. De rechtbank heeft op 2 december 2025 het beroep ongegrond verklaard. Hierop heeft verzoeker hoger beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening, zodat zij niet naar een andere opvanglocatie zou worden overgeplaatst voordat er op het hoger beroep was beslist.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 24 december 2025 uitspraak gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening. In de overwegingen van de uitspraak is aangegeven dat, gelet op de aangevoerde argumenten, de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek is afgewezen, en de minister is niet verplicht om de proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. C.J. Borman, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.