ECLI:NL:RVS:2025:6417
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verlenging verblijfsvergunning regulier
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van een appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, die op 25 september 2025 een eerder beroep ongegrond verklaarde. De appellant had een aanvraag ingediend voor de verlenging van de geldigheidsduur van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke aanvraag op 22 augustus 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. Na het indienen van bezwaar, werd dit bezwaar op 18 januari 2024 door de staatssecretaris ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde deze beslissing, waarop de appellant, vertegenwoordigd door mr. E.J.P. Cats, in hoger beroep ging.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en geconcludeerd dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De Afdeling heeft de motivering van de rechtbank overgenomen en vastgesteld dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden. Hierdoor is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister van Asiel en Migratie hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is openbaar uitgesproken op 31 december 2025.