ECLI:NL:RVS:2025:6425
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorschriften omgevingsvergunning WarmtelinQ voor bomenkap en werkzaamheden
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 20 juni 2024 een omgevingsvergunning aan WarmtelinQ voor het tijdelijk herinrichten van straten en omgeving, inclusief het kappen van 211 bomen en verplanten van 28 bomen voor de aanleg van een warmtetransportleiding tussen Rijswijk en Leiden. De vergunning bevatte voorschriften die uitvoering pas toestaan nadat het provinciale inpassingsplan onherroepelijk is geworden.
WarmtelinQ stelde beroep in tegen deze voorschriften en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat er een spoedeisend belang is bij het kunnen starten met de werkzaamheden, omdat vertraging leidt tot aanzienlijke financiële schade en de aanleg van de warmteleiding wordt belemmerd.
Hoewel het kappen van bomen onomkeerbaar is, weegt de voorzieningenrechter het belang van voortgang zwaarder dan het voorkomen van mogelijk onnodige bomenkap. Daarom schorst de voorzieningenrechter het voorschrift dat uitvoering pas na onherroepelijkheid van het inpassingsplan is toegestaan, maar beperkt dit tot het kappen en verplanten van de bomen in fase 1 zoals opgenomen in de bijlage. De schorsing voor fase 2 blijft van kracht.
Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan WarmtelinQ. De uitspraak maakt duidelijk dat de voorlopige voorziening noodzakelijk is om onnodige vertraging in het project te voorkomen, terwijl de belangen van natuur en milieu in de latere fase nog worden beschermd.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst voorschriften in de omgevingsvergunning zodat WarmtelinQ kan starten met het kappen en verplanten van bomen in fase 1.