ECLI:NL:RVS:2025:667

Raad van State

Datum uitspraak
20 februari 2025
Publicatiedatum
20 februari 2025
Zaaknummer
202500516/1/V2 en 202500516/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
  • M. den Heyer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 91 Vw 2000Art. 92 Vw 2000
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 30 augustus 2024 de aanvragen van meerdere vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdelingen hebben hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die op 17 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde.

De vreemdelingen zijn vervolgens in hoger beroep gegaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en hebben tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het hoger beroep inhoudelijk beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, waarbij geen aanleiding was om het oordeel te vernietigen.

Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. den Heyer op 20 februari 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

202500516/1/V2 en 202500516/2/V2.
Datum uitspraak: 20 februari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van Pro de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[vreemdeling 1], [vreemdeling 2] en [vreemdeling 3],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 17 januari 2025 in zaak nr. NL24.34719 in het geding tussen:
de vreemdelingen
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 30 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 17 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. P.R. van de Water, advocaat in Rotterdam, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De voorzieningenrechter van de Afdeling neemt de motivering onder 4.1 en 4.7 van de uitspraak van de rechtbank over.
1.1.    Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;
II.       wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Den Heyer
voorzieningenrechter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2025
853-1003