ECLI:NL:RVS:2025:67
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie verklaarde bij besluit van 30 augustus 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet-ontvankelijk. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit beroep bij uitspraak van 16 december 2024 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep beoordeeld en de motivering van de rechtbank overgenomen, aangezien het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevatte die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.M. Willems in aanwezigheid van griffier D.I. Schipper op 13 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.