ECLI:NL:RVS:2025:68
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 25 februari 2022 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 13 augustus 2024 het beroep ongegrond verklaarde. De vreemdeling ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, waarbij het hogerberoepschrift geen nieuwe vragen bevat die het beantwoorden waard zijn in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming.
Daarom verklaart de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigt zij de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Raad van State op 13 januari 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.