ECLI:NL:RVS:2025:751
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergunning woningvorming grondgebonden woonruimte onder 200 m2
Appellant heeft een vergunning aangevraagd om een zelfstandige woonruimte van 189 m2 in Amsterdam om te zetten in drie zelfstandige woonruimten. Het college van burgemeester en wethouders heeft dit geweigerd omdat de woning een grondgebonden woonruimte is en volgens de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 alleen woningvorming is toegestaan bij een oppervlakte groter dan 200 m2.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn woning geen grondgebonden woonruimte is omdat de toegang via een garage en een trap gaat, en niet rechtstreeks op straatniveau ligt. De Raad van State oordeelt echter dat de woning voldoet aan de definitie van grondgebonden woonruimte, omdat een deel van de woning (de werkkamer) wel direct op straatniveau en maaiveld aansluit.
De Raad van State stelt vast dat het college binnen zijn beleidsvrijheid de definitie van grondgebonden woonruimte mag hanteren zoals in de Huisvestingsverordening is opgenomen. De overige argumenten van appellant zijn herhalingen van eerdere standpunten die reeds gemotiveerd zijn verworpen door de rechtbank. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de vergunning voor woningvorming wordt bevestigd.