ECLI:NL:RVS:2025:777
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek volledige restitutie collegegeld na inschrijvingsproblemen en studievertraging
Appellant volgt sinds 2017 de bachelor International Business aan De Haagse Hogeschool. Na verblijf in China en online onderwijs in 2021-2022, kon hij zich in 2022-2023 niet herinschrijven vanwege het ontbreken van een Nederlands telefoonnummer voor tweefactorauthenticatie. De herinschrijving werd geannuleerd, maar na bezwaar is hij per 1 september 2022 met terugwerkende kracht ingeschreven en heeft hij het instellingscollegegeld betaald.
Vanwege studievertraging en het uitsluitend fysiek aangeboden onderwijs besloot appellant een tussenjaar te nemen en zijn inschrijving te beëindigen per 1 februari 2023. Het college betaalde het collegegeld over de periode februari tot augustus 2023 terug, maar weigerde restitutie over de periode september 2022 tot januari 2023. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing.
De Raad overweegt dat de inschrijving bepalend is voor de verschuldigdheid van collegegeld, niet het feitelijk volgen van onderwijs. De inschrijving met terugwerkende kracht staat vast en restitutie is correct toegepast volgens het Reglement In- en Uitschrijving Bekostigde Opleidingen (RIU). Het beroep faalt ook omdat appellant zich had moeten informeren over het onderwijsaanbod en de coronamaatregelen. De hardheidsclausule is niet van toepassing.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt het college niet tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van volledige restitutie collegegeld wordt ongegrond verklaard.