ECLI:NL:RVS:2025:790

Raad van State

Datum uitspraak
3 maart 2025
Publicatiedatum
26 februari 2025
Zaaknummer
BRS.24.000476
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 11 november 2024 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Tijdens de procedure informeerde de minister de Afdeling dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer had met zijn gemachtigde, ondanks de gelegenheid daartoe. De Afdeling concludeerde dat de vreemdeling geen bescherming meer zoekt in Nederland en derhalve geen belang heeft bij een beoordeling van het hoger beroep.

Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij de vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 3 maart 2025.

Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

BRS.24.000476
Datum uitspraak: 3 maart 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 november 2024 in zaak nr. NL24.23397 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 14 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 11 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J. Eliya, advocaat in Hengelo, hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1.De minister heeft de Afdeling laten weten dat de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van de vreemdeling heeft, hoewel de Afdeling hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, niet laten weten dat hij nog contact met hem heeft. Daaruit leidt de Afdeling af dat de vreemdeling niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft de vreemdeling geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep.
2.Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.S. Koelman, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Koelman
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 maart 2025
1021