ECLI:NL:RVS:2025:790
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 14 mei 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit op 11 november 2024 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure informeerde de minister de Afdeling dat de vreemdeling met onbekende bestemming was vertrokken en geen contact meer had met zijn gemachtigde, ondanks de gelegenheid daartoe. De Afdeling concludeerde dat de vreemdeling geen bescherming meer zoekt in Nederland en derhalve geen belang heeft bij een beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij de vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 3 maart 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.