ECLI:NL:RVS:2025:813
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 augustus 2024 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval de minister een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. De minister stelde daarop hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat nader onderzoek nodig is naar de gronden van het hoger beroep en dat de belangen van de minister en de vreemdeling dit rechtvaardigen. Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter bepaalde tevens dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 28 februari 2025 door voorzieningenrechter A. Kuijer, in aanwezigheid van griffier N. Tibold.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.