ECLI:NL:RVS:2025:827
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 9 september 2024 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 6 februari 2025 ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De Raad van State heeft vastgesteld dat het hogerberoepschrift niet tijdig, namelijk na de termijn van 13 februari 2025, is ingediend. De vreemdeling heeft geen redenen aangevoerd om de overschrijding te rechtvaardigen.
Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter H.G. Sevenster op 3 maart 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.