ECLI:NL:RVS:2025:834
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling in hoger beroep
De minister van Asiel en Migratie legde op 13 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het tegen deze maatregel ingestelde beroep op 12 december 2024 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling oordeelde op 6 maart 2025 dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden, mede omdat soortgelijke kwesties reeds recentelijk zijn behandeld.
De Afdeling zag geen aanleiding om het eerdere oordeel te wijzigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd geoordeeld dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. Hiermee blijft de vrijheidsontnemende maatregel onverminderd van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel blijft gehandhaafd.