ECLI:NL:RVS:2025:846
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering mvv-toekenning na vernietiging besluit
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 11 september 2020 een aanvraag van vijf vreemdelingen om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na een bezwaarprocedure handhaafde de staatssecretaris dit besluit op 31 juli 2023. De rechtbank Den Haag verklaarde op 10 januari 2025 het beroep van de vreemdelingen gegrond, vernietigde het besluit en beval de minister om binnen vier weken de mvv's te verlenen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De vreemdelingen gaven een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen, zodat de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling een beslissing op het hoger beroep heeft genomen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.