ECLI:NL:RVS:2025:848
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bezwaar tegen omgevingsvergunning omzetting bedrijfswoningen naar burgerwoningen
In deze zaak gaat het om het hoger beroep van appellanten tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant waarin het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van hun bezwaar tegen het collegebesluit werd afgewezen.
Appellanten wensten de omzetting van bedrijfswoningen naar burgerwoningen op twee percelen in Cuijk, waarvoor een omgevingsvergunning vereist is. Het college had het principeverzoek daartoe bij brief van 25 november 2021 afgewezen en het bezwaar daarop niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank oordeelde dat de brief geen besluit in de zin van de Awb was en dat de bezwaar- en beroepsprocedure niet onevenredig bezwarend was.
Appellanten voerden aan dat de brief wel als besluit moet worden aangemerkt vanwege de uitzonderlijke situatie en dat het doorlopen van de standaardprocedure onevenredig bezwarend is vanwege hoge kosten en eerdere onderzoeken door de gemeente. De Afdeling overweegt dat het aanvragen van een omgevingsvergunning of een herziening van het bestemmingsplan de juiste weg is en dat de kosten daarvan niet leiden tot een onevenredige belasting.
De Afdeling bevestigt dat de brief geen besluit is en verklaart het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt daarmee bekrachtigd en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.