ECLI:NL:RVS:2025:859
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C.P. Venema
- J.J.W.P. van Gastel
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen wijziging bestemmingsplan Oostflank Brunssum inzake milieucategorie en bedrijfsactiviteiten
De raad van de gemeente Brunssum heeft het bestemmingsplan Oostflank gewijzigd vastgesteld, waarbij de toegestane milieucategorieën voor bedrijvigheid zijn beperkt tot categorie 3.2. Appellante sub 1, eigenaar van een perceel in deelgebied Bouwberg, betoogde dat haar recyclingbedrijf (milieucategorie 4.2) ten onrechte niet langer was toegestaan, omdat de bedrijfsactiviteiten legaal bestaand zouden zijn en slechts tijdelijk waren onderbroken door het faillissement van de huurder.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de bedrijfsactiviteiten feitelijk waren gestaakt vanaf het faillissement op 18 februari 2020 tot ten minste 31 januari 2022, een periode van ongeveer 20 maanden. Dit is te lang om nog van voortgezet gebruik te spreken, ook al had appellante sub 1 onderhoud gepleegd en activa teruggekocht. De raad had voldoende gemotiveerd dat de gewijzigde bestemming past binnen een goede ruimtelijke ordening, mede gezien de wens om overlast te beperken en de nabijheid van Natura 2000-gebieden.
Appellant sub 2, voormalig huurder van gronden nabij zijn woonwagen, voerde aan dat zijn autohandel en demontagebedrijf ten onrechte was uitgesloten en dat onvoldoende rekening was gehouden met het woon- en leefklimaat. De Afdeling stelde vast dat de bedrijfsactiviteiten feitelijk waren beëindigd en dat de raad de bestemming mocht wijzigen vanwege het belang van ecologische zones en ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Ook het ontbreken van geluidvoorschriften was geoorloofd gezien de aanvaardbare geluidbelasting.
Verder was het beroep op onzorgvuldige voorbereiding wegens het ontbreken van bodemonderzoek ongegrond, omdat de raad aannemelijk had gemaakt dat bodemverontreiniging de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg stond.
De beroepen zijn ongegrond verklaard en de raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen het gewijzigde bestemmingsplan Oostflank zijn ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.