ECLI:NL:RVS:2025:920
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlenging overdrachtstermijn vreemdeling aan Kroatië volgens Dublinverordening
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de overdrachtstermijn van een vreemdeling aan Kroatië verlengd tot achttien maanden vanwege onderduiken, zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze verlenging ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft geoordeeld dat de minister bevoegd was de termijn te verlengen. Dit oordeel is in overeenstemming met het arrest Jawo van het Hof van Justitie en eerdere jurisprudentie van de Afdeling. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe rechtsvragen die nadere motivering vereisten.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 10 maart 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verlenging van de overdrachtstermijn aan Kroatië wordt bevestigd.