ECLI:NL:RVS:2025:931
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek opheffing ongewenstverklaring vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees bij besluit van 30 augustus 2022 het verzoek van de vreemdeling om opheffing van zijn ongewenstverklaring af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 21 februari 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 november 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe of relevante rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming beantwoord moeten worden. Tevens verwees de Afdeling naar een eerdere uitspraak waarin een vergelijkbare rechtsvraag was beantwoord.
Daarom verklaarde de Raad van State het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder voorzitterschap van A. Kuijer op 7 maart 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.