ECLI:NL:RVS:2025:961
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie legde op 19 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 5 december 2024 ongegrond verklaarde en tevens het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hogerberoepschrift bevatte echter geen nieuwe rechtsvragen die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, aangezien de betreffende rechtsvraag reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in recente uitspraken over detentieomstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol.
De Afdeling bestuursrechtspraak zag geen aanleiding om de eerdere uitspraak te vernietigen of de grensdetentie onrechtmatig te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.