ECLI:NL:RVS:2026:1013
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over eigen bijdrage opvangkosten vreemdeling
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) van 19 april 2022, waarin de eigen bijdrage voor de opvangkosten werd vastgesteld op €803,33. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming. Tevens verwees zij naar een eerdere uitspraak van 14 januari 2026 waarin een vergelijkbare rechtsvraag over de eigen bijdrage bij vermogen na ontvangst van een dwangsom was beantwoord. Op basis hiervan werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Afdeling bepaalde dat het COa geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer, waarbij mr. J.J.W.P. van Gastel als lid en mr. J. Gerritsjans-van Essen als griffier aanwezig waren. De uitspraak werd op 25 februari 2026 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.