ECLI:NL:RVS:2026:1018

Raad van State

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
202302217/1/V1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArtikel 91 Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van eigen bijdrage opvangkosten door COA in hoger beroep

Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) waarin de eigen bijdrage voor opvangkosten werd vastgesteld op € 2.415,16. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Tevens verwees zij naar een eerdere uitspraak van 14 januari 2026 waarin een vergelijkbare rechtsvraag over de eigen bijdrage bij vermogen na ontvangst van een dwangsom was beantwoord.

Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het COA hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 25 februari 2026.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

202302217/1/V1.
Datum uitspraak: 25 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 9 maart 2023 in zaak nr. 22/5323 in het geding tussen:
appellant
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Procesverloop
Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 2.415,16.
Bij uitspraak van 9 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Taheri, advocaat in Capelle aan den IJssel, hoger beroep ingesteld.
Het COa en appellant hebben nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1.    Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:140, over de eigen bijdrage in de kosten van de opvang als een vreemdeling beschikt over vermogen na het ontvangen van een dwangsom). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.
2.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Gerritsjans-van Essen, griffier.
w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Gerritsjans-van Essen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026
1078