202300677/1/V1.
Datum uitspraak: 25 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 3 januari 2023 in zaak nr. 22/3739 in het geding tussen:
appellant
en
het Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Procesverloop
Bij besluit van 11 april 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.
Bij brief van 15 november 2022 heeft het COa dat besluit nader gemotiveerd.
Bij uitspraak van 3 januari 2023 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 11 april 2022 door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Taheri, advocaat in Capelle aan den IJssel, hoger beroep ingesteld.
Het COa en appellant hebben nadere stukken ingediend.
Overwegingen
1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
1.1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:140, over de eigen bijdrage in de kosten van de opvang als een vreemdeling beschikt over vermogen na het ontvangen van een dwangsom). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. 2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het COa hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Gerritsjans-van Essen, griffier.
w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Gerritsjans-van Essen
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026
1078