ECLI:NL:RVS:2026:104

Raad van State

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
BRS.25.002523
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H.G. Sevenster
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 64 Vw 2000Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdeling

Verzoeker heeft bij besluit van 8 september 2022 geweigerd gekregen dat ambtshalve wordt bepaald dat zijn uitzetting achterwege blijft. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het beroep van verzoeker ongegrond verklaarde, heeft verzoeker hoger beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Raad van State.

De griffier heeft verzoeker op 19 december 2025 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht voor het verzoek om voorlopige voorziening, met een uiterste betaaldatum van 26 december 2025. Verzoeker heeft het griffierecht niet binnen deze termijn voldaan.

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het verzoek om voorlopige voorziening daarom niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 12 januari 2026 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.

Uitspraak

BRS.25.002523
Datum uitspraak: 12 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 21 november 2025 in zaak nr. NL25.25627 in het geding tussen:
[verzoeker]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 8 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd om ambtshalve krachtens artikel 64 van Pro de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van verzoeker achterwege blijft.
Bij besluit van 6 juni 2025 heeft de minister het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verzoeker is in de gelegenheid gesteld om zich nader uit te laten.
Overwegingen
1.        De griffier heeft verzoeker er bij brief van 19 december 2025 op gewezen dat hij voor het verzoek om een voorlopige voorziening griffierecht moet betalen. Hem is daarbij verzocht om het griffierecht uiterlijk op 26 december 2025 te betalen. In die brief staat ook dat, als het griffierecht niet op die datum is ontvangen, het verzoek alleen al daarom niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.
2.        Het verzoek is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Pronk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2026
1028