ECLI:NL:RVS:2026:104
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit vreemdeling
Verzoeker heeft bij besluit van 8 september 2022 geweigerd gekregen dat ambtshalve wordt bepaald dat zijn uitzetting achterwege blijft. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank die het beroep van verzoeker ongegrond verklaarde, heeft verzoeker hoger beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de Raad van State.
De griffier heeft verzoeker op 19 december 2025 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht voor het verzoek om voorlopige voorziening, met een uiterste betaaldatum van 26 december 2025. Verzoeker heeft het griffierecht niet binnen deze termijn voldaan.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart het verzoek om voorlopige voorziening daarom niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan op 12 januari 2026 door voorzieningenrechter H.G. Sevenster.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van griffierecht.