ECLI:NL:RVS:2026:1089

Raad van State

Datum uitspraak
25 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
202204567/2/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 4 paraplubestemmingsplan Hospita en parkeren 2022Art. 6:19 AwbArt. 8:57 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging bestemmingsplan Princenhage en paraplubestemmingsplan Hospita en parkeren wegens procedurele en inhoudelijke gebreken

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij uitspraak van 25 februari 2026 het beroep van appellant tegen het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12" van 15 juni 2022 en het paraplubestemmingsplan "Hospita en parkeren 2022" van 22 december 2022 gegrond verklaard. De Afdeling oordeelde dat het bestemmingsplan en het parapluplan, voor zover het een regeling voor parkeren bevat, in strijd zijn met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit vanwege onder meer het verloren gaan van de elektronisch vastgestelde versie van het bestemmingsplan en onduidelijkheid over de parkeerbehoefte.

De raad van de gemeente Breda heeft vervolgens bij besluit van 6 november 2025 een gewijzigd herstelbesluit genomen. Appellant heeft geen zienswijze ingediend tegen dit herstelbesluit, waardoor het beroep daartegen ongegrond is verklaard. De Afdeling draagt de raad op om binnen vier weken het vernietigde onderdeel van het parapluplan elektronisch te verwerken.

De Afdeling wijst het griffierecht van appellant toe en veroordeelt de raad niet tot proceskostenvergoeding. Hiermee wordt het eerdere besluit vernietigd en het herstelbesluit bevestigd, waarmee de procedure wordt afgerond.

Uitkomst: Het bestemmingsplan Princenhage en het relevante artikel van het paraplubestemmingsplan Hospita en parkeren worden vernietigd; het herstelbesluit wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

202204567/2/R2.
Datum uitspraak: 25 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant], wonend in Breda,
appellant,
en
de raad van de gemeente Breda,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3003 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twintig weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 15 juni 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12" en het besluit van 22 december 2022 tot vaststelling van het paraplubestemmingsplan " Hospita en parkeren 2022" te herstellen.
Bij besluit van 6 november 2025 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12", opnieuw, zij het gewijzigd, vastgesteld (hierna: het herstelbesluit).
[appellant] is in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen over de wijze waarop met dat besluit de in het besluit van 15 juni 2022 en de in het besluit van 15 juni 2022 geconstateerde gebreken zijn hersteld. [appellant] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de Afdeling bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.
Overwegingen
De tussenuitspraak
1.       In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het besluit van 15 juni 2022, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12" geheel en het besluit van 22 december 2022 tot vaststelling van het paraplubestemmingsplan "Hospita en parkeren 2022" voor zover dat parapluplan een regeling voor parkeren bevat voor het plangebied van het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12", in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb zijn vastgesteld.
1.1.    Daartoe is allereerst onder 8.2 overwogen dat de oorspronkelijk bij besluit van 15 juni 2022 elektronisch vastgestelde versie van het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12" volgens de raad verloren is gegaan. Ook op de landelijke voorziening is de bij besluit van 15 juni 2022 elektronisch vastgestelde versie van het bestemmingsplan niet meer te raadplegen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld welk bestemmingsplan (bestaande uit de verbeelding en planregels) bij besluit van 15 juni 2022 is vastgesteld en welke correcties vervolgens zijn doorgevoerd in het (elektronisch) vastgestelde plan.
2.       Daarnaast is onder 17.3 geoordeeld dat de raad bij de berekening van de parkeerbehoefte niet is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Onder 18.2 heeft de Afdeling vastgesteld met dat artikel 4 van Pro het parapluplan de eis, in artikel 9.1, onder b, van de planregels van het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12" is komen te vervallen, maar dat de Afdeling ervan uitgaat dat de raad dit niet heeft beoogd. Nu de raad in zoverre niet is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden, achtte de Afdeling, met het oog op de voorwaarden uit artikel 9.1, onder a en b, van de planregels, niet inzichtelijk of kan worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. En in het geval de raad wel beoogd had om de eis uit artikel 9.1, onder b, van de planregels te laten vervallen, achtte de Afdeling evenmin inzichtelijk in hoeverre buiten het terrein van het gebouw kan worden voorzien in de parkeerbehoefte.
Het besluit van 15 juni 2022 en het parapluplan
3.       Gelet op wat onder 8.2 in de tussenuitspraak is overwogen is het beroep van [appellant] tegen het besluit van 15 juni 2022 gegrond. Dit besluit moet worden vernietigd.
4.       Voor zover het beroep van [appellant] ook van rechtswege gericht is tegen artikel 4 van Pro het paraplubestemmingsplan "Hospita en parkeren 2022", dat bij besluit van 22 december 2022, is vastgesteld, is dit van rechtswege ontstane beroep gelet op r.o. 18.2 van de tussenuitspraak ook gegrond. Dit besluit moet in zoverre worden vernietigd, wat erop neerkomt dat artikel 4 van Pro dat parapluplan niet meer geldt voor het plangebied van het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12".
Het herstelbesluit
5.       Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1174, blijft het vóór 1 januari 2024 geldende recht van toepassing op het herstelbesluit.
6.       Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."
7.       Ter uitvoering van de opdracht in de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 6 november 2025 het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12" opnieuw, zij het gewijzigd, vastgesteld. [appellant] heeft daartegen geen zienswijze ingediend. Dit betekent dat hij geen beroepsgronden tegen dit besluit heeft aangevoerd. Het van rechtswege ontstane beroep van [appellant] is daarom ongegrond.
Conclusie
8.       De Afdeling ziet aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde parapluplan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening.
Proceskosten
9.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het beroep tegen het besluit van 15 juni 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12" en het besluit van 22 december 2022 tot vaststelling van het paraplubestemmingsplan " Hospita en parkeren 2022" gegrond;
II.       vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Breda van 15 juni 2022;
III.      vernietigt artikel 4 van Pro de planregels van het paraplubestemmingsplan "Hospita en parkeren 2022", voor zover dat betrekking heeft op het plangebied van het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12";
IV.     draagt de raad van de gemeente Breda op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel III wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde parapluplan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening;
V.      verklaart het beroep van [appellant] tegen het besluit van 6 november 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12" ongegrond;
VI.     gelast dat de raad van de gemeente Breda aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, mr. C.H. Bangma, en mr. M.M. Kaajan, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Stoof, griffier.
w.g. Ten Veen
voorzitter
w.g. Stoof
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026
749