ECLI:NL:RVS:2026:1103
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 9 mei 2025 niet in behandeling is genomen. Appellant stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 1 september 2025 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde appellant hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling heeft overwogen dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn overdracht aan Frankrijk onomkeerbare gevolgen zal hebben voor zijn gezondheidstoestand. De minister heeft toegezegd de Franse autoriteiten te informeren over de medische behoeften van appellant en de overdracht op te schorten indien Frankrijk hier niet aan kan voldoen. Tevens zal de Dienst Terugkeer en Vertrek voorafgaand aan vertrek medisch toetsen of overdracht verantwoord is.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld en dat het hoger beroep geen vragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de minister terecht de aanvraag verblijfsvergunning asiel niet in behandeling heeft genomen.