ECLI:NL:RVS:2026:1104
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring dakloze asielzoeker uit Eritrea door college Amsterdam
De appellant, geboren in 2001 en sinds 2015 in Nederland, heeft op 7 juni 2024 een urgentieverklaring aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Hij is sinds augustus 2022 dakloos en heeft in meerdere wooninstellingen verbleven. Het college wees de aanvraag op 29 juli 2024 af en verklaarde het bezwaar ongegrond op 19 november 2024.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van 19 november 2024 ongegrond. Het hoger beroep bij de Raad van State richtte zich tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank en het college dat appellant niet valt binnen de in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 opgenomen urgentiecategorieën.
Daarnaast heeft appellant onvoldoende bewijs geleverd van ernstige medische problemen die een uitzondering zouden rechtvaardigen. De hardheidsclausule is niet toegepast omdat geen bijzondere omstandigheden zijn vastgesteld. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De afwijzing van de urgentieverklaring wordt bevestigd omdat appellant niet voldoet aan de urgentiecriteria en de hardheidsclausule niet van toepassing is.