ECLI:NL:RVS:2026:1126
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek opheffing inreisverbod door Raad van State
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 7 maart 2024 het verzoek van appellant tot opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod af. Appellant stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 november 2024 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden tot haar oordeel is gekomen. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, en het hogerberoepschrift bevat geen vragen die een nadere motivering vereisen.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Raad van State op 27 februari 2026.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het inreisverbod en verklaart het hoger beroep ongegrond.