ECLI:NL:RVS:2026:1173
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag is bij besluit van 17 april 2025 niet-ontvankelijk verklaard. Appellant heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die bij uitspraak van 19 december 2025 het beroep ongegrond verklaarde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelt dat het hoger beroep geen gronden bevat die aanleiding geven tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank. Er zijn geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming in algemene zin.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 5 maart 2026.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van de aanvraag verblijfsvergunning asiel en verklaart het hoger beroep ongegrond.