ECLI:NL:RVS:2026:1191

Raad van State

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
202401691/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 WobArt. 8 EVRMArt. 52 Verordening (EG) nr. 1107/2009Art. 63 Verordening (EG) nr. 1107/2009Art. 19.1a Wet milieubeheer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen weigering openbaarmaking milieu- en bedrijfsgegevens schimmelbestrijdingsmiddel

Appellante verzocht het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) om openbaarmaking van documenten over het schimmelbestrijdingsmiddel VSM Captan 80 WG op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Het Ctgb wees het verzoek deels toe en weigerde openbaarmaking van bepaalde vertrouwelijke bedrijfs- en fabricagegegevens in documenten 4 en 5.

De rechtbank vernietigde het besluit van het Ctgb wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en motivering, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante ging hiertegen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het Ctgb de samenstelling van het middel alsnog openbaar zal maken, omdat deze milieu-informatie betreft die openbaar moet worden gemaakt volgens de Wob.

De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen in stand liet en bepaalde dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens wees zij een vergoeding van het betaalde griffierecht toe aan appellante. De Afdeling ging niet in op verzoeken die appellante had ingetrokken tijdens de zitting.

Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het eerdere vonnis en bepaalt dat het Ctgb de samenstelling van het middel VSM Captan 80 WG openbaar moet maken.

Uitspraak

202401691/1/A3.
Datum uitspraak: 4 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellante], gevestigd in Rotterdam,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 2 februari 2024 in zaak nr. 22/95 in het geding tussen:
[appellante]
en
het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).
Procesverloop
Bij besluit van 28 juli 2021 heeft het Ctgb het verzoek van [appellante] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels toegewezen.
Bij besluit van 26 oktober 2021 heeft het Ctgb het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 2 februari 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 26 oktober 2021 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.
Het Ctgb heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 17 december 2025, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en het Ctgb, vertegenwoordigd door mr. K. van der Wart, mr. W.A. de Vries en R. Andriessen, zijn verschenen.
Overwegingen
Wettelijk kader
1.       De relevante wet- en regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. Deze bijlage is onderdeel van de uitspraak.
2.       Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Artikel 10.1 van de Woo bepaalt dat de Wob wordt ingetrokken. Er is niet voorzien in overgangsrecht. Het besluit op bezwaar dat in deze zaak ter beoordeling staat, is genomen op 26 oktober 2021, dus vóór 1 mei 2022. Dat betekent dat in dit geding de Wob nog van toepassing is.
Inleiding
3.       [appellante] heeft op 31 mei 2021 het Ctgb verzocht om openbaarmaking van de volgende documenten over het schimmelbestrijdingsmiddel VSM Captan 80 WG:
-         de aanvraag als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad en het daarbij behorende dossier voor het productmiddel VSM Captan 80 WG met toelatingsnummer 15585;
-         de documenten waarop is besloten de vergunning te verstrekken voor het productmiddel VSM Captan 80 WG met toelatingsnummer 15585 en of deze te verlengen, in het bijzonder op het gebied van Human Toxilogy en Environmental Fate & Behaviour en ecotoxicology;
-         de vergunning met voorschriften voor het productmiddel VSM Captan 80 WG met toelatingsnummer 15585.
3.1.    Het Ctgb heeft zes documenten aangetroffen en heeft het verzoek deels toegewezen. Daarbij heeft het toegelicht dat voor het middel VSM Captan 80 WG een parallelhandelsvergunning in Nederland is afgegeven zoals bedoeld in artikel 52 van Pro de Verordening. De verlening van een parallelhandelsvergunning verloopt via een vereenvoudigde procedure. Deze vereenvoudigde procedure heeft tot gevolg dat het Ctgb een summier dossier over het middel VSM Captan 80 WG heeft. In deze zaak gaat het om de gegevens die het Ctgb heeft weggelakt in de documenten 4 en 5. In de documenten 4 en 5 heeft het Ctgb de door de Italiaanse toelatingsautoriteit vertrouwelijk aan het Ctgb toegestuurde gegevens over in het bijzonder de fabrikanten, de productielocaties, de specifieke stoffen naast de openbaar gemaakte werkzame stof en de exacte gehalten van die stoffen waarmee het middel VSM Captan 80 WG is samengesteld, weggelakt op grond van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wob en artikel 63, tweede lid, van de Verordening.
Uitspraak van de rechtbank
4.       De rechtbank heeft geoordeeld dat het Ctgb het besluit van 26 oktober 2021 niet zorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Het Ctgb heeft zich namelijk in de beroepsprocedure op een ander standpunt gesteld, te weten dat op de documenten 4 en 5 de weigeringsgrond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob van toepassing is. Alleen al hierom is het beroep volgens de rechtbank gegrond en moet het besluit van 26 oktober 2021 worden vernietigd.
Daarna heeft de rechtbank geoordeeld dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de weggelakte gegevens in de documenten 4 en 5 bedrijfs- en fabricagegegevens zijn in de zin van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wob. Ook kunnen deze weggelakte gegevens worden aangemerkt als milieu-informatie in de zin van artikel 19.1a van de Wet milieubeheer. Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat het Ctgb het belang van openbaarmaking voldoende heeft meegewogen in de belangenafweging en dat het Ctgb het belang van bescherming van deze specifieke bedrijfs- en fabricagegegevens zwaarder heeft mogen wegen dan het belang van openbaarmaking. Daarom heeft de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit van 26 oktober 2021 in stand gelaten.
Beoordeling van het hoger beroep
Geheime stukken
5.       De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:29 van Pro de Awb kennis genomen van de door het Ctgb vertrouwelijk overgelegde ongelakte stukken, de documenten 4 en 5.
Hogerberoepsgronden
6.       [appellante] betoogt in hoger beroep dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het Ctgb een gedegen belangenafweging heeft gemaakt, vooral omdat het Ctgb in de belangenafweging geen zienswijze van de Italiaanse toelatingsautoriteit heeft betrokken. Ook volgt uit de uitspraak van de rechtbank niet dat het bij zijn beoordeling heeft betrokken dat de samenstelling van het middel VSM Captan 80 WG wordt beschermd door octrooien en/of patenten en dus niet mag worden nagemaakt. Daarnaast betoogt [appellante] dat het Ctgb de samenstelling van het middel VSM Captan 80 WG openbaar moet maken op grond van artikel 8 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Intrekking hogerberoepsgronden
7.       Op de zitting heeft [appellante] te kennen gegeven dat zijn verzoek niet ziet op de gegevens over de fabrikanten en de productielocaties die in de documenten 4 en 5 zijn weggelakt. Ook heeft [appellante] de argumenten wat betreft het niet betrekken van een zienswijze van de Italiaanse toelatingsautoriteit en artikel 8 EVRM Pro ingetrokken. Deze argumenten behoeven daarom geen inhoudelijke bespreking.
Gedeeltelijke openbaarmaking van de documenten 4 en 5
8.       Het Ctgb heeft in zijn schriftelijke uiteenzetting toegezegd dat het de samenstelling van het middel openbaar zal maken. Volgens het Ctgb betreft dit milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu en volgt uit artikel 10, vierde lid, van de Wob dat deze gegevens openbaar moeten worden gemaakt. Dit betekent dat het betoog van [appellante] in zoverre slaagt. De argumenten die zien op de door het Ctgb gemaakte belangenafweging en de eventuele octrooien en/of patenten, behoeven daarom geen bespreking.
Het betoog slaagt in zoverre.
Samenstelling van het middel VSM Captan 80 WG
9.       [appellante] heeft op de zitting bij de Afdeling te kennen gegeven dat het wil weten hoe de stoffen en de samenstelling van deze stoffen veranderen in het productieproces.
Het Ctgb heeft op de zitting bij de Afdeling uitgelegd dat voor het middel VSM Captan 80 WG een parallelhandelsvergunning is afgegeven op grond van artikel 52 van Pro de Verordening. Met een parallelhandelsvergunning kan een in een andere lidstaat van de Europese Unie al toegelaten gewasbeschermingsmiddel op de markt gebracht of gebruikt worden. De samenstelling van het gewasbeschermingsmiddel moet daarbij identiek zijn aan het gewasbeschermingsmiddel waarvoor al een toelating is verleend in een andere lidstaat van de Europese Unie. In dit geval is het gewasbeschermingsmiddel eerder toegelaten in de lidstaat Italië. Het Ctgb heeft de Italiaanse toelatingsautoriteit verzocht om informatie die nodig is om het identieke karakter te beoordelen. Die informatie heeft het ontvangen en op basis daarvan is de parallelhandelsvergunning verleend. Dit is een andere beoordeling dan bij een reguliere toelating. In de beoordeling van het middel VSM Captan 80 WG is niet gekeken naar hoe de stoffen en de samenstelling van deze stoffen in het productieproces veranderen. Het Ctgb heeft deze gegevens niet.
9.1.    Het oorspronkelijke verzoek van [appellante] is gericht en beperkt tot de aanvraag van een vergunning voor het schimmelbestrijdingsmiddel VSM Captan 80 WG met toelatingsnummer 15585, het daarbij behorende dossier, de documenten waarop is besloten de vergunning te verstrekken en de vergunning met voorschriften. In het oorspronkelijke verzoek van [appellante] is niet gevraagd om informatie over hoe de stoffen en de samenstelling van deze stoffen in het productieproces veranderen. Daarom zal de Afdeling hier niet op ingaan.
Slotsom
10.     Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd, voor zover de rechtbank heeft bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 26 oktober 2021 in stand blijven. Het Ctgb heeft in zijn schriftelijke uiteenzetting toegezegd de samenstelling van het schimmelbestrijdingsmiddel VSM Captan 80 WG alsnog openbaar te maken. De Afdeling acht het daarom niet nodig om het Ctgb op te dragen om een nieuw besluit te nemen. De Afdeling ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit op bezwaar van 26 oktober 2021.
11.     De Afdeling stelt vast dat de gemachtigde van [appellante] mede zijn eigen belangen heeft behartigd omdat hij medebestuurder van [appellante] is. Van door een derde verleende rechtsbijstand, als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, is geen sprake. De Afdeling is gelet hierop van oordeel dat [appellante] niet in aanmerking komt voor vergoeding van gemaakte proceskosten.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 2 februari 2024 in zaak nr. 22/95, voor zover de rechtbank heeft bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 26 oktober 2021 in stand blijven;
III.      bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 26 oktober 2021;
IV.      gelast dat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden aan Coöperatieve Bakker en [gemachtigde] Juristen U.A. het door hem voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 559,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, mr. J. Schipper-Spanninga en mr. M. den Heyer, leden, in tegenwoordigheid van mr. D. Singh, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Singh
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026
990
BIJLAGE | WETTELIJK KADER
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, Rome, 04-11-1950
Artikel 8
1. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.
2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad
Artikel 52 Parallelhandel Pro
1. Een in een lidstaat (lidstaat van oorsprong) toegelaten gewasbeschermingsmiddel kan, op voorwaarde dat een vergunning voor parallelhandel wordt verleend, in een andere lidstaat (invoerende lidstaat) geïntroduceerd, op de markt gebracht of gebruikt worden, indien de invoerende lidstaat concludeert dat de samenstelling van het gewasbeschermingsmiddel identiek is aan die van een gewasbeschermingsmiddel waarvoor op zijn grondgebied reeds een toelating is verleend (referentiemiddel). De aanvraag wordt bij de bevoegde autoriteit van de invoerende lidstaat ingediend.
Artikel 63
1. Een aanvrager kan een verzoek doen, dat vergezeld gaat van een verifieerbare motivering, om bepaalde delen van de uit hoofde van deze verordening ingediende informatie vertrouwelijk te behandelen.
2. Een vertrouwelijke behandeling kan alleen worden verleend met betrekking tot de volgende gegevens indien door de aanvrager is aangetoond dat de openbaarmaking van die informatie zijn belangen aanzienlijk kan schaden:
a) informatie als bedoeld in artikel 39, lid 2, van Verordening (EG) nr. 178/2002;
b) de specificatie van de onzuiverheid van de werkzame stof en de daarmee verband houdende methoden voor de analyse op onzuiverheden in de werkzame stof zoals die geproduceerd wordt, met uitzondering van onzuiverheden die in toxicologisch, ecotoxicologisch of ecologisch opzicht als relevant worden beschouwd en de daarmee verband houdende methoden voor de analyse op dergelijke onzuiverheden;
c) de resultaten in verband met productiepartijen van de werkzame stof die onzuiverheden bevatten; en
d) informatie over de volledige samenstelling van een gewasbeschermingsmiddel.
[…]
Wet openbaarheid van bestuur
Artikel 10
1. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: […]
c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld;
[…]
2. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:
a. de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties;
[…]
4. Het eerste lid, aanhef en onder c en d, het tweede lid, aanhef en onder e, en het zevende lid, aanhef en onder a, zijn niet van toepassing voorzover het milieu-informatie betreft die betrekking heeft op emissies in het milieu. Voorts blijft in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder c, het verstrekken van milieu-informatie uitsluitend achterwege voorzover het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het daar genoemde belang.
[…]
Wet milieubeheer
Artikel 19.1a
1. Onder milieu-informatie wordt verstaan alle informatie, neergelegd in documenten, over:
a. de toestand van elementen van het milieu, zoals lucht en atmosfeer, water, bodem, land, landschap en natuurgebieden met inbegrip van vochtige biotopen, kust- en zeegebieden, biologische diversiteit en haar componenten, met inbegrip van genetisch gemodificeerde organismen, en de interactie tussen deze elementen;
b. factoren, zoals stoffen, energie, geluid, straling of afval, met inbegrip van radioactief afval, emissies, lozingen en ander vrijkomen van stoffen in het milieu die de onder a bedoelde elementen van het milieu aantasten of waarschijnlijk aantasten;
c. maatregelen, met inbegrip van bestuurlijke maatregelen, zoals beleidsmaatregelen, wetgeving, plannen, programma’s, milieuakkoorden en activiteiten die op de onder a en b bedoelde elementen en factoren van het milieu een uitwerking hebben of kunnen hebben, alsmede maatregelen of activiteiten ter bescherming van die elementen;
d. verslagen over de toepassing van de milieuwetgeving;
e. kosten-baten- en andere economische analyses en veronderstellingen die worden gebruikt in het kader van de onder c bedoelde maatregelen en activiteiten;
[…]