ECLI:NL:RVS:2026:1262
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vernietiging besluit machtiging voorlopig verblijf
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 8 augustus 2022 een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf afgewezen. Na een bezwaarprocedure heeft de rechtbank op 26 januari 2026 dit besluit vernietigd en de minister opgedragen binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het vonnis van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de minister zijn belang bij het treffen van een voorlopige voorziening niet heeft toegelicht. Er zijn geen aanwijzingen voor vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer op 6 maart 2026.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het belang van de minister niet is toegelicht.