ECLI:NL:RVS:2026:1295
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende medische gronden
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 20 maart 2025 niet in behandeling is genomen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond op 17 juni 2025. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat de medische stukken van 7 mei 2025 geen concrete aanwijzingen bevatten dat overdracht aan Litouwen aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor appellant zou hebben. Een later medisch advies (BMA-advies) bevestigde dat appellant niet kan reizen zonder voorafgaande fysieke overdracht en stelde reisvoorwaarden. De minister benadrukte dat overdracht alleen zal plaatsvinden als aan deze voorwaarden wordt voldaan.
De medische stukken na het BMA-advies bevatten geen nieuwe informatie. Het hoger beroep bevatte geen vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming, zodat verdere motivering niet nodig was. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende medische gronden.