ECLI:NL:RVS:2026:1297

Raad van State

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
BRS.26.001063
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitvoering uitspraak rechtbank inzake machtiging voorlopig verblijf

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 31 augustus 2023 een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de minister het bezwaar ongegrond. De rechtbank Den Haag oordeelde op 26 februari 2026 dat het besluit onrechtmatig was, vernietigde het en beval de minister binnen een week een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten. De voorzieningenrechter overwoog dat uitvoering van de uitspraak onomkeerbare gevolgen zou hebben en dat het hoger beroep daardoor zijn betekenis grotendeels zou verliezen.

Daarom werd de voorlopige voorziening toegekend, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Raad van State op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.

Uitspraak

BRS.26.001063
Datum uitspraak: 6 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 26 februari 2026 in zaak nr. 25/5388 in het geding tussen:
[de betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.
Bij besluit van 13 februari 2025 heeft de minister het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 26 februari 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 31 augustus 2023 herroepen, de minister opgedragen om binnen een week vanaf de datum van verzending van de uitspraak aan betrokkene een mvv te verlenen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Betrokkene heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.        De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2.        Omdat de gevolgen van de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank in de praktijk onomkeerbaar zullen zijn en het ingestelde hoger beroep zijn betekenis in dat geval grotendeels zou verliezen, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.        De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. V.V. Essenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.
w.g. Essenburg
voorzieningenrechter
w.g. Pronk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2026
1028