ECLI:NL:RVS:2026:1331
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 21 juli 2025 een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 2 februari 2026 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij de uitspraak van de rechtbank moet uitvoeren voordat het hoger beroep is beslist. Betrokkene gaf een schriftelijke reactie en stelde incidenteel hoger beroep in.
De voorzieningenrechter heeft de belangen van beide partijen afgewogen en besloten de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de minister de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat de Afdeling bestuursrechtspraak op het hoger beroep heeft beslist. De minister is niet verplicht proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.