ECLI:NL:RVS:2026:1356

Raad van State

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
202407015/3/V2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel

Verzoeker diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 31 juli 2024 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker gegrond en vernietigde het besluit, waarna de minister hoger beroep instelde. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde het hoger beroep van de minister gegrond en vernietigde de uitspraak van de rechtbank, waardoor het beroep ongegrond werd verklaard.

Na deze uitspraak gaf de Afdeling aan het voornemen om de uitspraak te vervallen te verklaren. Verzoeker vroeg daarop om een voorlopige voorziening, welke door de voorzieningenrechter werd afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de beslissing op het hoger beroep geen voorlopige voorziening nodig was en wees het verzoek af zonder proceskostenveroordeling.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.M. Wissels in aanwezigheid van griffier N. Tibold op 11 maart 2026. Hiermee blijft het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning in stand.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.

Uitspraak

202407015/3/V2.
Datum uitspraak: 11 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 12 november 2024 in zaak nr. NL24.30787 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 12 november 2024 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Verzoeker heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 21 januari 2026 heeft de Afdeling het hoger beroep van de minister gegrond verklaard, de uitspraak van 12 november 2024 vernietigd, en het beroep ongegrond verklaard.
Na deze uitspraak heeft de Afdeling bij brief van 11 februari 2026 aan partijen te kennen gegeven dat de Afdeling voornemens is om deze uitspraak vervallen te verklaren.
Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De minister heeft op verzoek van de Afdeling een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1.       Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op de hoger beroepen beslist. Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen.
2.       De voorzieningenrechter van de Afdeling wijst het verzoek af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N. Tibold, griffier.
w.g. Wissels
voorzieningenrechter
w.g. Tibold
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026
897-1169