ECLI:NL:RVS:2026:1357
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees een aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af bij besluiten van 29 augustus en 29 september 2025. Betrokkene stelde beroep in tegen deze besluiten, waarop de rechtbank Den Haag op 12 februari 2026 het beroep gegrond verklaarde, het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om de uitvoering van de uitspraak van de rechtbank op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vereist en dat de procedure voor voorlopige voorziening daarvoor niet geschikt is.
Gezien de belangen van beide partijen werd de voorlopige voorziening toegewezen, waardoor de minister niet hoeft te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling een beslissing op het hoger beroep heeft genomen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.