ECLI:NL:RVS:2026:1389
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunningplicht en voorwaarden voor exploitatie van Bed & Breakfast in Amsterdam
De exploitanten van veertien B&B’s in Amsterdam stelden in hoger beroep dat de vergunningplicht en de voorwaarden waaronder deze vergunningen zijn verleend onrechtmatig zijn. Zij voerden onder meer aan dat de wettelijke grondslag onjuist was, dat B&B-exploitatie geen woningonttrekking oplevert, en dat het vergunningstelsel niet gerechtvaardigd is door dwingende redenen van algemeen belang.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vergunningplicht sinds 1 januari 2020 geldt en dat de exploitatie van B&B’s in woonruimte onder de Huisvestingswet valt. De negatieve invloed van B&B’s op de woonruimtevoorraad en leefbaarheid in Amsterdam is voldoende onderbouwd, waardoor het vergunningstelsel en de quota gerechtvaardigd zijn. Ook de oppervlakte-eisen, de eis van hoofdverblijf en de verplichting tot zelfexploitatie en nachtverblijf zijn evenredig en niet in strijd met de Dienstenrichtlijn.
De Afdeling verwierp alle bezwaren van de exploitanten en bevestigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam. De exploitanten worden niet benadeeld door de gekozen wettelijke grondslag en de voorwaarden zijn passend om de leefbaarheid en woonruimte te beschermen. De Afdeling zal in een aparte procedure beslissen over een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het hoger beroep van de exploitanten wordt ongegrond verklaard en de vergunningplicht met voorwaarden voor B&B-exploitatie in Amsterdam wordt bevestigd.