ECLI:NL:RVS:2026:1397
Raad van State
- Hoger beroep
- J.F. de Groot
- C.H. Bangma
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatie kinderopvangtoeslag wegens ontbreken institutionele vooringenomenheid
Appellant maakte in de jaren 2011-2019 gebruik van kinderopvang en ontving toeslag, waaronder gastouderopvang via een bureau dat onderwerp was van het CAF Lanai fraudeonderzoek. De Dienst Toeslagen weigerde compensatie toe te kennen wegens het ontbreken van institutionele vooringenomenheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het enkel deel uitmaken van het CAF-onderzoek onvoldoende is om vooringenomenheid aan te nemen. De Dienst Toeslagen had een integrale beoordeling uitgevoerd en geen brede uitvraag gedaan over de relevante periode. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en discriminatie werd niet aannemelijk gemaakt.
Verder werd geoordeeld dat het niet toepassen van de lichte toets en het ontbreken van een vooraankondiging niet in strijd waren met het zorgvuldigheidsbeginsel. Het verzoek om een dwangsom wegens niet tijdig beslissen werd niet behandeld omdat dit niet relevant was voor de herbeoordeling.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat appellant geen recht heeft op compensatie wegens het ontbreken van institutionele vooringenomenheid door de Dienst Toeslagen.