ECLI:NL:RVS:2026:143
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en inreisverbod na niet-ontvankelijkverklaring asielaanvraag
Op 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard, haar opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 19 december 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging in hoger beroep en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het hoger beroep nader onderzoek vereist, waarvoor de voorlopige voorziening niet geschikt is. Daarom werd besloten een voorlopige voorziening te treffen die voorkomt dat verzoeker wordt uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten van rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak werd gedaan op 14 januari 2026 door voorzieningenrechter M.J.M. Ristra-Peeters, in aanwezigheid van griffier J.W. Prins. De voorlopige voorziening biedt verzoeker bescherming tegen onmiddellijke uitzetting en waarborgt haar recht op opvang en verstrekkingen gedurende de procedure.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.