ECLI:NL:RVS:2026:1431
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Wissels
- J.H. van Breda
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Spanje
Appellant, met de Libanese nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje als verantwoordelijke lidstaat werd aangemerkt op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de Dublinverordening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de minister terecht geen toepassing gaf aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De persoonlijke ervaringen van appellant in Spanje waren reeds betrokken bij de beoordeling van het vertrouwensbeginsel, en er waren geen bijzondere, individuele omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigden.
Appellant stelde in hoger beroep dat de minister de discretionaire bevoegdheid uit paragraaf C2/5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 te beperkt toepaste en dat de motivering van het besluit ondeugdelijk was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte niet op alle aspecten van de grief was ingegaan, maar dat dit niet tot vernietiging van het besluit leidt.
De Afdeling bevestigde dat de minister zorgvuldig heeft beoordeeld of Spanje zijn internationale verplichtingen nakomt en of er bijzondere omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen. Er zijn geen nieuwe omstandigheden aangevoerd die een andere beoordeling vereisen. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat de minister terecht de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen.