ECLI:NL:RVS:2026:1459
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitvoering vernietigd besluit verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie wees op 8 augustus 2025 de aanvraag van betrokkene om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af en legde een inreisverbod op. Betrokkene stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 11 februari 2026 het besluit vernietigde en de minister opdroeg een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitvoering van het vernietigde besluit op te schorten totdat het hoger beroep is beslist. Betrokkene stelde incidenteel hoger beroep in en gaf een schriftelijke uiteenzetting.
De voorzieningenrechter overwoog de belangen van beide partijen en besloot de voorlopige voorziening toe te wijzen. Hierdoor hoeft de minister de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De minister is niet gehouden tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C.J. Borman op 17 maart 2026 in aanwezigheid van griffier M.A. Huizer.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.