ECLI:NL:RVS:2026:1484
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie heeft op 10 september 2025 besluiten genomen waarbij aanvragen van betrokkenen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werden afgewezen. Betrokkenen stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 februari 2026 de beroepen gegrond verklaarde, de besluiten vernietigde en de minister opdroeg nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij de uitspraak van de rechtbank moet uitvoeren voordat het hoger beroep is beslist. Betrokkenen gaven een schriftelijke reactie op dit verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de beoordeling van de grieven nader onderzoek vergt en dat de belangen van de minister zwaarder wegen in deze fase. Daarom werd de voorlopige voorziening getroffen dat de minister de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister hoeft de uitspraak van de rechtbank niet uit te voeren totdat het hoger beroep is beslist.